Wintersportgebieden vanuit de ruimte
Wintersport is een belangrijke vorm van inkomsten voor veel (Alpen)landen. Helaas heeft de beoefening van de wintersport grote, negatieve invloed op het berglandschap. Met een beter management van skigebieden is het wellicht mogelijk om de wintersport een meer duurzamer karakter te geven. Dit artikel gaat in op één van de technieken die hierbij gebruikt kunnen worden: remote sensing.
Zestig miljoen
Jaarlijks gaan zo'n zestig miljoen mensen op wintersport en dat aantal neemt nog steeds toe. Door de grote aantallen toeristen komt het milieu zwaar onder druk te staan. Omdat de skiërs, langlaufers en snowboarders zich door een landschap bewegen waar eeuwenlang weinig mensen woonden, is de natuur niet ingesteld op grote groepen mensen. Daarnaast komt de natuur door ontbossing, het gebruik van sneeuwkanonnen, de grote verkeersstromen en vele hotels in gevaar. Dit kan leiden tot een toename van modderstromen, steen- en sneeuwlawines, wat weer gevaarlijke situaties op kan leveren voor de mensen. Op de langere termijn is de huidige manier van wintersport bedrijven dan ook in het gedrang. Het is daarom zaak om de wintersport om te buigen naar een duurzamere vorm van toerisme. Dit zal niet alleen de natuur ten goede komen, maar ook de veiligheid van de mens en uiteindelijk ook de economie.
Een goed economisch en ecologisch beheer van de skigebieden is dus essentieel. Omdat er, helaas, nog steeds nieuwe skigebieden bijkomen is het van belang dat deze nieuwe pistes zijn gebaseerd op duurzaamheid en veiligheid. Met de juiste informatie kunnen de exploitanten van skigebieden aan deze voorwaarden voldoen. Worden de (nieuwe) skigebieden duurzaam ingericht dan zullen zowel de exploitanten als de lokale bevolking, de overheden, milieuorganisaties, toeristen en uiteraard de natuur zelf er baat bij hebben.
Satellietbeelden
Bij het bepalen van nieuwe pistes wordt er door de exploitanten en ontwerpers van wintersportoorden gebruik gemaakt van geografische informatie systemen (GIS). GIS is eigenlijk een verzameling van digitale databestanden op basis waarvan op eenvoudige wijze allerlei kaarten te produceren zijn. De kwaliteit van GIS is afhankelijk van het soort gegevens dat erin verwerkt wordt. Een zeer betrouwbare manier van gegevens verzamelen is vanaf de grond registreren. Dit is echter een tijdrovende en daarmee ook kostbare methode. Een andere manier is door van boven af naar het aardoppervlak te kijken. Dit kan bijvoorbeeld door middel van vliegtuigen of satellieten, ook wel remote sensing genaamd. Met remote sensing technieken kan in één keer een groot stuk aardoppervlak in kaart worden gebracht. Satellieten kunnen grotere overzichten maken dan vliegtuigen maar bij bewolking zijn ze niet goed bruikbaar. Vliegtuigen hebben een kleiner oppervlak dat in één keer bekeken kan worden, maar doordat ze dichter bij het aardoppervlak vliegen hebben ze minder last van bewolking en is de kwaliteit van de gegevens beter. Dat laatste is echter langzaam aan het veranderen, sommige satellieten, IKONOS bijvoorbeeld, kan objecten van een vierkante meter detecteren.
Internationaal onderzoek
In Europees verband is onderzoek gedaan naar de bruikbaarheid van satellietgegevens voor het ecologisch inrichten van skigebieden. De satellietbeelden geven bijvoorbeeld een goed beeld met betrekking tot bebossing en ontbossing. Dit is weer van onmisbaar belang bij een verantwoord beheer en planning van mogelijke nieuwe pistes. Met behulp van remote sensing kan op eenvoudige wijze een omvangrijk archief worden aangelegd, waardoor ecologische monitoring op lange termijn veel beter uit te voeren is dan nu het geval is. Naast het registreren van bos, geven satellietbeelden ook informatie over de mate en duur van sneeuwbedekking. Voor exploitanten kan dit nuttig zijn voor het bepalen van nieuwe pistes. Daar waar de sneeuw het langste en in de grootste hoeveelheid ligt kan ook het langst geskied worden zonder gebruik te hoeven maken van sneeuwkanonnen. Dit scheelt de exploitant veel kosten en het milieu kan er baat bij hebben doordat er dan mogelijk minder gebruik van sneeuwkanonnen gemaakt hoeft te worden.
Het onderzoek heeft aangetoond dat remote sensing met behulp van satellieten zeer gedetailleerde kaarten gemaakt kunnen worden. De satellietbeelden vormen een belangrijke aanvulling op de informatie die duurzaam en commercieel verantwoord beheer van skigebieden mogelijk maakt.
Tot slot
De natuur is het meeste gebaat bij geen verdere ontwikkeling en uitbreiding van skigebieden. Voor een duurzamer beheer van wintersportgebieden doet men er beter aan skigebieden te sluiten bij te weinig sneeuw en geen of minder gebruik van sneeuwkanonnen. Door de wintersporters te wijzen op het belang van duurzaam beheerde skigebieden zal men hopelijk ook meer begrip kunnen opbrengen voor geen verdere uitbreiding van skigebieden of een verbod op skiën bij te weinig sneeuw. Door goede informatievoorziening, al bij het boeken van de reis, kunnen toeristen het al dan niet duurzaam beheren van wintersportgebieden mee laten wegen in de keuze van het wintersportbestemming. Door middel van een onafhankelijk keurmerk moet de consument onderscheidt kunnen maken tussen 'goede' en 'foute' wintersportgebieden.
Hopelijk zal het van gebruik van satellietbeelden inderdaad leiden tot een duurzamer beheer van wintersportgebieden en niet tot het actief opzoek gaan van exploitanten naar mogelijke nieuwe pistes of louter gebruikt gaan worden ter promotie van de wintersportoorden.
Meer informatie over het onderzoek naar gebruik van satellietbeelden voor de wintersport is te vinden in het rapport van de Beleidscommissie Remote Sensing BCRS 00-24.