|
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
Inhoudsopgave dit jaar VOORPAGINA'S VAN ALPIJN PER JAAR: Alpijn 2002 Alpijn 2001 Alpijn 2000 Alpijn 1999 Alpijn 1998 Alpijn 1997 Inhoudsopgave Alpijn on lijn algemeen |
|
De bergbossen bedreigd De meeste bergbossen van nu zien er allesbehalve gezond en natuurlijk uit. Op veel plaatsen komen we alleen maar dichtopeenstaande oude fijnsparren tegen in plaats van rijkelijk gemengde bossen van beuk, esdoorn, zilverspar, fijnspar, larix en arve, van alle leeftijden door elkaar. Dit is een gevolg van het (wan)beheer door de mens gedurende de laatste eeuwen: omdat fijnspar het beste hout oplevert (vuren), heeft met name tussen 1750 en 1850 veel oerbos plaats moeten maken voor grootschalige beplantingen met deze boomsoort. Daarnaast verjongde fijnspar zich massaal op voormalige kapvlakten en op opgegeven almen. Veel van deze dus 150 tot 200 jaar geleden ontstane fijnsparmonocultures staan nog steeds en de huidige beheerders zitten er behoorlijk mee in hun maag. Ten eerste zijn deze eentonige bossen qua schoonheid en soortenrijkdom in niets vergelijkbaar met de gemengde bossen waarvoor ze in de plaats zijn gekomen. Erger is misschien nog dat ze om verschillende redenen erg instabiel zijn: omdat fijnspar slechts oppervlakkig wortelt is deze boomsoort, in tegenstelling tot beuk, bergesdoorn en zilverspar, erg windgevoelig. Grote stukken met alleen maar fijnspar kunnen bij een flinke storm in één keer tegen de grond gaan. Vooral ook omdat de bomen nu zo onnatuurlijk dicht op elkaar staan, dat er al gauw een domino-effect ontstaat. Ook is juist fijnspar erg gevoelig voor aanvallen van enkele soorten bastkevers: deze "Borkenkäfers" kunnen in één jaar een heel bos vernietigen. Misschien wel het grootste probleem voor de beheerders van nu is dat de bomen in deze in de vorige eeuw ontstane bossen onderhand allemaal tegelijk een respectabele leeftijd beginnen te bereiken en dat ze nu allemaal tegelijk gaan aftakelen. In natuurlijke bossen takelen bomen ook af, maar omdat daar bomen van alle leeftijden door elkaar heen voorkomen, gebeurt dat nooit massaal en altijd staan er al jonge boompjes klaar om een vrijgekomen plaats in te nemen. In deze oude bossen is echter nauweljks verjonging aanwezig. Omdat de oude bomen weinig weerstand meer kunnen bieden tegen storm, sneeuwdruk en de Borkenkäfer, moet er rekening mee gehouden worden dat er tussen nu en enkele tientallen jaren vele tienduizenden hectaren bos plat zullen gaan, met als resultaat een toenemend aantal lawines, aardverschuivingen etc. Het is aan de huidige bosbeheerders om te voorkomen dat het zover komt. Het hele bosbeheer is er nu dan ook erop gericht om -naast het oogsten van hout- de gevarieerde structuur van de bossen te herstellen. Door kleine, verspreide gaten te maken in de oude fijnsparmonocultures, komt er eindelijk weer wat zonlicht op de bodem zodat het bos zich weer kan gaan verjongen voordat het echt aan het vervallen is. Het is helaas toch weer de fijnspar die het meest van deze maatregelen profiteert. Om verdwenen inheemse boomsoorten (beuk, esdoorn, zilverspar etc.) terug te krijgen plant men deze op veel plaatsen bij. Om de jonge planten tegen lawines en sneeuwdruk te beschermen, worden er vaak tijdelijke, houten lawinehekken bij geplaatst. Tegen de tijd dat de boompjes groot genoeg zijn om zelf weerstand te bieden, zijn deze hekken overbodig geworden en vergaan. En hier zijn we bij het volgende probleem aangeland: de onnatuurlijk hoge wildstand, waardoor onze zojuist zo zorgvuldig aangeplante boompjes meteen weer worden opgevreten. Deze wildvraat door edelhert, ree en gems is op vele plekken zo grootschalig, dat juist de boomsoorten die we zo graag terug willen krijgen zich niet meer kunnen verjongen. Fijnspar smaakt niet lekker en ontspringt daardoor meestal de dans. Zo dreigt dus opnieuw "ontmenging" van de bergbossen. Bosbouw en wildbeheer gaan in de Alpen daarom hand in hand. Het klinkt tegenstrijdig, maar ook in de Alpen wordt het wild bejaagd en tegelijkertijd ‘s winters bijgevoerd. Bejaagd om de wildstand te verlagen, bijgevoerd niet om haar weer te verhogen, maar om te voorkomen dat het wild ‘s winters de jonge boompjes gaat aanvreten. Daarnaast kan men verjongingsoppervlakten omrasteren en ook kunnen wel individuele boompjes afgeschermd worden, maar dit is erg arbeidsintensief en lang niet overal mogelijk. Dit zijn duidelijk allemaal maar vormen van symptoombestrijding maar in de tegenwoordig dichtbevolkte berggebieden is het -helaas- onmogelijk de natuurlijke situatie te herstellen. Naast de bovenbeschreven stabiliteitsproblemen worden de bergbossen nog vanuit meer hoeken belaagd. Skipistes met bijbehorende voorzieningen, de zich nog steeds uitbreidende infrastructuur en woonbebouwing, luchtvervuiling, het gevreesde Waldsterben en ook het broeikaseffect vormen een dreigende lijst. Ook hier geldt dat de boseigenaren al hun mogelijkheden uit de kast moeten halen om hun bossen hiertegen te beschermen. De praktijk van de bergbosbouw: een beschrijving Er zijn in de Alpen vele typen boseigenaren, een gevolg van de specifieke sociale verhoudingen die er in de loop der eeuwen zijn gegroeid. Slechts een relatief klein gedeelte is in handen van de staat, van gemeenten en van de Kerk. Veel bos is in handen van "de gemeenschap": Gemeinschaftswald dat eigendom is van alle autochtone burgers samen. In Oostenrijk werden deze bossen op veel plaatsen van oudsher beheerd door lokale overkoepelende organen die de belangen van burgers op vele gebieden behartigden: zo ontstond het zogenaamde "Standeswald", dat in enkele gebieden, waaronder het Montafon en het Bregenzerwald in Vorarlberg nog steeds bestaat. Ruim de helft van alle bossen is "Privatwald": Bijna ieder boerengezin bezit wel een klein stukje bos, waaruit voor eigen gebruik brand- en bouwhout wordt gehaald. Het gevaar van deze versnipperde eigendomsverhoudingen is dat iedereen in zijn eigen stukje maar zijn gang gaat, met als gevolg dat er geen controle meer is over het geheel. Om de activiteiten in de boerenbosjes een beetje te kunnen coördineren heeft iedere streek haar eigen "Privatförsters" in dienst. Het hout dat door de grotere bosbedrijven geoogst wordt, wordt meestal in grotere partijen tegelijk aan de houtverwerkende industrie verkocht. Daarnaast echter kunnen ook particulieren -die geen eigen bos bezitten- hun benodigde brand- en bouwhout bij deze bedrijven kopen. Het bedrijf wijst een of enkele bomen aan en de koper mag ze zelf uit het bos halen. De bosbeheerders in de bergen hebben het niet zo gemakkelijk als hun collega’s in ons vlakke Holland. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Veluwe zijn grote stukken bos met de auto nog steeds onbereikbaar. Aan de ene kant is dit natuurlijk een goede zaak, maar het uitvoeren van het beheer wordt er wel een stuk moeilijker door. Op veel plekken blijft het broodnodige beheer achterwege, juist vanwege de slechte bereikbaarheid. De benen zijn nog steeds het belangrijkste vervoermiddel. Er worden wel op veel plaatsen nieuwe Forststraßen aangelegd, maar in de bergen zullen de mogelijkheden hiertoe altijd wel beperkt blijven. De aanleg van nieuwe Forststraßen leidt steeds weer tot protest van o.a. natuurbeschermers en toeristen, want de rust en ogenschijnlijke ongereptheid van de bossen worden er natuurlijk danig door verstoord. Dit is zeker een groot nadeel en een wildgroei van Forststraßen moet dan ook voorkomen worden, maar het is goed om hier duidelijk te stellen dat vele niet alleen vanuit puur winstoogmerk worden aangelegd, maar in de eerste plaats om de gedegradeerde bossen op een betere manier te kunnen beheren. Als gevolg van deze slechte ontsluiting en door de steilte van het terrein is de houtoogst een langdurig en gevaarlijk karwei. Voordat er gezaagd gaat worden moet men het terrein door en door goed kennen: enkele grondige verkenningstochten dienen altijd op het programma te staan. Van de oogstmachines die men in Nederland gebruikt heeft men hier nog nooit gehoord: het vellen gebeurt met de hand. Vervolgens moet men het hout op de een of andere manier uit het bos zien te krijgen. Vroeger moest dat met de hand, al duwend en trekkend tot de stam weer een eindje verder de helling afgleed. Een eindeloze operatie, bovendien werd er veel verjonging beschadigd. Als er ‘s winters voldoende sneeuw ligt gebeurt het nog wel op deze manier: sneeuw vormt immers een goede glijbaan. Vaker wordt het hout echter met een lier uitgesleept, en wanneer het om grote hoeveelheden gaat wordt gebruik gemaakt van ingenieuze, tijdelijke kabelbanen. Al deze werkzaamheden zijn enorm arbeidsintensief en de bergbosbouw verkeert economisch gezien dan ook in een moeilijke positie. In de Alpen hebben maar weinig bosbedrijven een positief bedrijfsresultaat . Zonder subsidie van de staat zouden ze het niet kunnen bolwerken. Daarmee verkeert de bosbouw in een gevaarlijke situatie: zou die subsidie wegvallen, dan hebben de bedrijven geen overlevingskansen meer, en daarmee zouden de bergbossen ook hun beheerders kwijt zijn. Een goed beleid op Europese schaal is van belang om de bergbosbouw een zekere toekomst te geven. Tot slot Al met al heeft de bergbosbouw door de zware omstandigheden in het gebergte een geheel eigen karakter. Hier draait het niet in de eerste plaats om geld, maar om het behoud van een hele leefomgeving. Alles gaat te voet en handmatig en dat maakt dat men er nog veel meer aan de natuur is overgeleverd. Dat weten de mensen daar ook, en ze leven samen met de natuur op een manier die we in Nederland niet meer kennen. Bovendien zijn samenleving en bos nog op een onlosmakelijke manier met elkaar verbonden. En juist die echte afhankelijkheid van de natuur en de betrokkenheid van de lokale bevolking is wat de bergbosbouw zo boeiend maakt. Mensen die de schoonheid van de bergbossen beter willen leren kennen en die ook bereid zijn eens een keer de handen uit de mouwen te steken om mee te helpen aan hun behoud, kan ik adviseren om deel te nemen aan het zogenaamde Bergwaldprojekt. Deze Zwitserse stichting organiseert jaarlijks vele projectweken met name in het Alpengebied, tijdens welke vrijwilligers actief werken aan het zo belangrijke onderhoud van de bossen. Iedere natuurliefhebber en /of avonturier kan zich hiervoor opgeven. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de NMGA of schrijven naar:
Linda ten Klooster, studente LUW
|
|
|
Nederlandse MilieuGroep Alpen
|
|
DE NMGA
- voorpagina - signalement - contact |
INFORMATIE
- Alpijn 1997-2002 - Kleine Alpenflora - links |
overzicht NMGA site |
Deze internetsite wordt mogelijk gemaakt door diverse vrijwilligers.