Alpijn 1999
Nederlandse Milieugroep Alpen
[Voorpagina van de NMGA] [Signalement NMGA - informatie over 
doel en activiteiten] [De Kleine Alpenflora] [Diverse links] [Alpijn on lijn, het tijdschrift van 
de NMGA op internet] [Contact / personen en werkgroepen 
van de NMGA]
 


Inhoudsopgave dit jaar



VOORPAGINA'S VAN ALPIJN PER JAAR:
Alpijn 2002
Alpijn 2001
Alpijn 2000
Alpijn 1999
Alpijn 1998
Alpijn 1997


Inhoudsopgave Alpijn on lijn algemeen

 

KORTE BERICHTEN

Sneeuwkanonnen
Natuurbeschermingsorganisaties en het Zwitserse Verband van Kabelbaanondernemingen (SVS) proberen met elkaar de inzet van sneeuwkanonnen te bespreken, maar het overleg verloopt moeizaam. De natuurbeschermingsorganisaties hebben bezwaar tegen de toename van het aantal kanonnen (van 26 naar 130 stuks in 5 jaar tijd). Ze vinden dat er te weinig bekend is over de schadelijke gevolgen van de kunstsneeuw, en verzetten zich tegen het gebruik van biologische en chemische toevoegingen. Ook wijzen ze op het hoge energieverbruik van de kanonnen. De SVS meent dat het wintertoerisme zonder de kunstsneeuw ten dode is opgeschreven. Het aantal dagen dat een skilift jaarlijks gemiddeld in bedrijf is, is sinds 1973 namelijk afgenomen met 10 dagen. Dit heeft grote economische verliezen tot gevolg. De concurrentie met landen die sneeuwzekerheid te bieden hebben, is enorm.Aanvankelijk werden de sneeuwkanonnen ingezet op plaatsen waar te weinig sneeuw gevaar opleverde voor de skiërs; nu worden hele pistes met kunstsneeuw bedekt. In de installaties is inmiddels naar schatting 330 miljoen frank geïnvesteerd.
Bron: Tages Anzeiger 14-11-98

Het Rosenhorn-Project
De Rosenhorn (3698 meter), gelegen achter de Wetterhorn bij Grindelwald, was tot nu toe alleen toegankelijk voor bergbeklimmers en toerskiërs. De gletschers zijn er sneeuwzeker. Het gebied heeft de status van beschermd gebied van nationale betekenis. Men heeft plannen ontwikkeld om dit gebied te ontsluiten door de aanleg van een Alpenmetro. Hansruedi Muller, een Berner professor in toerisme, zet vraagtekens bij dit project. Muller voorziet een algehele stagnatie in de alpiene wintersport, en vraagt zich af of deze alpenmetro te zijner tijd niet met exploitatietekorten te maken zal krijgen. Een bergbaan rendeert alleen, als er voldoende gebruik van wordt gemaakt.De enorme investeringen moeten worden terugverdiend door middel van hoge toegangsprijzen of een dienstregeling met hoge frequentie. De haalbaarheid hiervan moet goed van tevoren worden onderzocht. 
De bergbaansector is alleen maar gericht op verdere groei. In tegenstelling tot andere sectoren van de economie, waar bedrijven de poort sluiten als het niet goed gaat, worden bergbanen vrijwel nooit ontmanteld. Dit heeft alles met emotie te maken: het is moeilijk te accepteren dat een berg die eens ontsloten werd door een baan, niet meer toegankelijk is. Daarom worden banen die niet renderen, toch in stand gehouden. Het vereist moed om bergbanen te sluiten, maar Muller vindt dat het ook moed vereist om een project dat op het eerste gezicht haalbaar lijkt, niet te realiseren.
 

[De terugtrekkende gletsjer in het Loetschental.]

[De terugtrekkende gletsjer in het Loetschental.] [Foto]

 
 

Zijn we te ver gegaan?
De bekende klimmer Reinhold Messner vindt dat de bergen op velerlei manieren te toegankelijk zijn geworden. Hij verzet zich tegen de hoeveelheid geprepareerde en gemarkeerde paden, tegen de toenemende rol van de techniek (op het gebied van uitrusting, communicatie en reddingsmogelijkheden), tegen klimroutes met voorgeboorde haken, schuilhutten enzovoort. Het wordt de bergbeklimmers te gemakkelijk gemaakt - met een enorme toename van het aantal toeristen tot gevolg. Hij vraagt zich af wat er over is van het gevaar en de inspanning waarmee men aanvankelijk de hoogte in ging. De huidige "outdoorconsument" is volgens hem uit op mooie belevenissen, maar echt risico wil deze niet lopen. Messner pleit niet voor een numerus clausus om de toestroom te reguleren; wat hij wil is een andere mentaliteit ten opzichte van de bergen. De mens wil naar zijn smaak de natuur teveel beheersen en bezitten. Eigenlijk zou de mens net zo ver in de bergen moeten kunnen doordringen als zijn angst, uithoudingsvermogen en behendigheid het toelaten. De mens hoort in de bergen eigenlijk niet thuis! Hoe minder ontsloten de bergwildernis is, hoe waardevoller. Messner vraagt zich af wat er tegen de verkoop van de alpenhutten is, nu deze onophoudelijk te maken hebben met exploitatieverliezen. Hij wijst op de merkwaardige dubbelfunctie van de Alpenverenigingen: ze verdedigen en ontsluiten de bergwereld. Misschien moeten ze zich wat meer op hun eerste taak richten. De verkoop van hutten zou voor dat doel heel veel geld in het laatje brengen. Het aantal hutten zou niet mogen worden uitgebreid. In reactie hierop erkent Josef Klenner dat de rol van de Alpenverenigingen aan steeds meer kritiek onderhevig is. Het wordt steeds voller in de hutten, steeds drukker op de wandelroutes. Wat de gemarkeerde en geprepareerde paden betreft: het klopt dat ze de toegankelijkheid van de bergen vergroten, maar het voordeel ervan is dat 80 % van de wandelaars/klimmers de paden benut, dus niet een eigen weg zoekt (met alle mogelijke vernieling/verstoring vandien). Zo wordt de stroom mensen op een gereguleerde manier de bergen ingeleid. Een goed wegennet blijkt veel beter te werken dan verbodsbepalingen. Wat de hutten betreft: die hebben van oudsher als doel het verschaffen van onderdak aan klimmers Ten wandelaars. Men heeft destijds bij de bouw niet gelet op of de plek uiteindelijk economisch/commercieel gunstig gelegen zou zijn. Dat wreekt zich nu, omdat de hutten niet rendabel kunnen worden geëxploiteerd. Daar komen de enorme investeringen bij, die nu en in de toekomst gedaan worden om de hutten op (een milieuvriendelijke manier te runnen. Economisch succes voor de hutten is voorlopig dus niet te verwachten. Verkoop van de hutten berooft de Alpenverenigingen echter van een belangrijk invloedsmiddel. De controle- en sturingsfunctie die de verenigingen uitoefenen, zou hiermee wegvallen. Bovendien is het beleid van de verenigingen al twintig jaar gericht op het handhaven van de nu bestaande wegen en hutten, en bij de sanering van de hutten tracht men uitbreiding van capaciteit en comfort te beperken. 
Bron: DAV-Mitteilungen 2/98

Steun van NKBV en NMGA aan bergherstelprojecten
De laatste decennia hebben er grote veranderingen plaats gevonden in de Alpen zoals het sterk toegenomen toerisme, de afgenomen berglandbouw, de ontsluiting van de bergen  en de sterk toegenomen luchtvervuiling in sommige dalen. Al deze processen hebben natuur en landschap aangetast. Hierbij gaat het bijv. om sterk toegenomen erosie door wandelaars en om verzwakking van de bossen door een combinatie van minder intensief onderhoud en 'zure regen'.

Het onderhoud aan de bossen en paden gebeurde vroeger veelal door bosarbeiders en bergboeren als onderdeel van hun werk. Tegenwoordig is dit niet meer zo intensief mogelijk. De arbeidskosten van de bosarbeiders zijn onvergelijkbaar hoger dan vroeger en veel bergboeren zijn verdwenen. Dit betekent dat deze herstelwerkzaamheden in veel gebieden niet meer gebeuren, tenzij ze door vrijwilligers worden verzet in projecten. Voorbeelden van deze bergherstelprojecten zijn het Bergwaldprojekt en de Umweltbaustellen van de Oostenrijkse Alpenvereniging (OeAV). 

De stichting Bergwaldprojekt is eind jaren tachtig opgericht in Zwitserland en inmiddels actief in Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland. Het Bergwaldprojekt voert projecten uit die erop gericht zijn de beschermende functies van de bergbossen te behouden voor de lange termijn. Het werk wordt verricht door vrijwilligers uit alle landen van de wereld. Belangrijk nevendoel van het Bergwaldprojekt is dat de deelnemers ervaringen opdoen met het bos en zich bewust worden van de belangrijke rol die bossen vervullen in ons milieu. 

De Umweltbaustellen (milieuherstelprojecten) van de OeAV zijn zeer verschillend van aard. In 1999 worden projecten uitgevoerd die zich richten op het helpen van bergboeren, het herstellen van paden in druk bezochte klimgebieden, het herstel van padenstelsels en erosieschade in alpien terreinen, en herbebossing.

De NKBV ondersteunt de activiteiten van het Bergwaldprojekt en de Umweltbaustellen, omdat hiermee daadwerkelijk iets aan het milieu wordt gedaan. Schade wordt hersteld die mede door Nederlandse bergklimmers en andere toeristen is ontstaan. Om dit te stimuleren leveren de NKBV en de Nederlandse Milieugroep Alpen een financiële bijdrage aan respectievelijk de deelnemers en de projecten.


Ga naar de volgende pagina met korte berichten
.



INHOUDSOPGAVE 1999

Het witte sprookje ontmaskerd
Bosbouw in de Alpen
Mountain protection day 18/19 september 1999
Milieubescherming blijft actueel - CIPRA congres
De schoenen van de NMGA volgens Marnix Viëtor
Canyoning, aandacht voor een trendsport
Grote wintersportevenementen, het begon klein in de vrije natuur
Milieukeurmerk in de Alpen

KORTE BERICHTEN

Sneeuwkanonnen
Het Rosenhorn-Project
Zijn we te ver gegaan?
Steun van NKBV en NMGA aan bergherstelprojecten
De conditie van de bossen
Nogmaals: lawines
Nieuwe projecten in de Alpen die de natuur bedreigen


 

W E G W IJ Z E R  
Nederlandse MilieuGroep Alpen  
DE NMGA  
- voorpagina
- signalement
- contact
[Het algemene e-mail adres van de NMGA]
INFORMATIE
- Alpijn 1997-2002
- Kleine Alpenflora
- links
[Overzicht van de NMGA site met korte beschrijvingen]
overzicht NMGA site
[De pagina over ontwerpers en auteurs van de NMGA site]

 

Deze internetsite wordt mogelijk gemaakt door diverse vrijwilligers.