| Herintroductie
baardgier
In de jaren tachtig
is men begonnen met het uitzetten van jonge baardgieren in de Alpen. Baardgieren
komen daar van oorsprong voor, maar fanatieke bejaging had een eind aan
hun aanwezigheid gemaakt. Dit artikel gaat over deze schitterende vogel
en de herintroductie ervan.
Herintroductie
Het uitsterven (geheel
of plaatselijk) van dieren en planten is een overbekend probleem. Verschillende
oorzaken zijn hiervoor aan te wijzen: milieuvervuiling, klimatologische
veranderingen, bejaging, verkeer, versnippering van leefgebieden.
Er worden vele motieven
voor herintroductie aangevoerd: het is werken aan herstel van natuur die
verloren is gegaan. Het tij moet worden gekeerd, de verarming moet een
halt worden toegeroepen. Soorten laten verdwijnen is vrij eenvoudig; om
ze terug te laten komen moet er alles aan gedaan worden. Bovendien hebben
opnieuw uitgezette dieren een belangrijke symboolfunctie. Herintroductie
past in de belangstelling die er tegenwoordig voor natuurontwikkeling bestaat:
actief ingrijpen door de mens.
Herintroductie stuit
ook op bezwaren: het is een kunstgreep; de natuur komt en gaat, daar moet
de mens zich niet te veel mee bemoeien. Als men geduld heeft en voldoende
vrije natuur, komen verdwenen soorten vanzelf wel weer terug. Het uitzetten
van diersoorten is water naar de zee dragen. Bij herintroductie gaat het
altijd om makkelijk herkenbare dieren, terwijl de soortenverarming ook
optreedt bij insecten, planten, reptielen enzovoort: daar helpt een incidentele
uitzetting niets aan. Bovendien treurt lang niet iedereen om de verdwijning
van bijvoorbeeld de ortolaan.
De baardgier
De uitzetting van de
baardgier in het Alpengebied stuitte eveneens op bezwaren. Dat had te maken
met het imago van deze vogel: van de baardgier, veelal lammergier genoemd,
werd gezegd dat hij het vee aanviel, lammeren en soms zelfs mensenbaby's
roofde. Om die reden werd hij fanatiek bejaagd.
De baardgier is echter
een aaseter. Gieren zijn juist buitengewoon nuttig: zij ruimen kadavers
op. De benaming lammergier berust op fabels, vandaar dat men tegenwoordig
de voorkeur geeft aan de naam "baardgier" (Latijnse naam: Gypaetus barbatus).
Het is een vogel die
hoog in de bergen leeft, boven de boomgrens. Hij komt van oudsher voor
in Zuid-Europa, West-Azië en Afrika. Europa telde voor de herintroductie
80 broedparen. Het is een grote vogel met een vleugelspanwijdte van bijna
drie meter. Een baardgier kan wel 50 jaar worden. Zoals gezegd een
aaseter, maar wel een bijzondere: zijn voedsel bestaat voor 80 % uit botten.
Geen andere aaseter heeft belangstelling voor botten, dus het vormt een
overvloedige voedselbron. De botten worden in z'n geheel doorgeslikt: de
baardgier beschikt over een krachtige spijsvertering! Te grote botten laat
hij eerst vanuit de hoogte op de rotsen kapot vallen.
Baardgieren zijn fantastische
vliegers, maar ze komen slechts moeizaam van de grond. Liever gaan ze eerst
een stukje te voet omhoog naar een rots, om zich daarvandaan in de lucht
te laten "vallen". De volwassen baardgieren leven in paren. Ze broeden
in de winter; de eieren komen uit in februari, de jongen worden geboren
als de sneeuw smelt. Dat lijkt eigenaardig maar is het niet. De kadavers
van dieren die de winter niet hebben overleefd (voedselgebrek, lawines)
komen tevoorschijn en vormen een geweldige voorraad voor de jonge vogels.
Een baardgier legt twee eieren. Het jong dat als eerste uit het ei komt
verdringt het tweede, dat al gauw sterft door voedselgebrek. Het leggen
van twee eieren is slechts een kwestie van reserve. Beide ouders bebroeden
de eieren en voeden de jongen op.
Het jong kan na een
dag of 120 vliegen. Jonge baardgieren leiden een aantal jaren een zwervend
bestaan; na een jaar of 6, de baardgieren zijn dan geslachtsrijp, vormen
ze paren. Een paar kiest een eigen jachtgebied uit, en bouwt hoog boven
in de rotsen een horst.
Herintroductie van de
baardgier
Door zijn slechte naam
was de baardgier in de Alpen uitgeroeid. De populatie was al kwetsbaar,
omdat de wildstand enorm achteruit was gegaan: de steenbok bijvoorbeeld
kwam vorige eeuw in de Zwitserse Alpen niet meer voor (begin deze eeuw
zijn ze daar opnieuw uitgezet). Voor het neerschieten van baardgieren ontving
men forse beloningen. Het laatste in de Alpen levende exemplaar werd in
1913 in Aosta (Italië) gedood. Er bleven echter broedparen in de Pyreneeën,
op Corsica en op Kreta.
Toen begin jaren zeventig
jonge baardgieren werden geboren in gevangenschap, wat nog nooit eerder
was gelukt, begon men al gauw aan uitzetting in het wild te denken. Op
initiatief van het Wereldnatuurfonds en een zoölogisch genootschap
uit Frankfurt startte men een uitgebreid onderzoek naar de mogelijkheid
van herintroductie in de Alpen.
In gevangenschap geboren
dieren kun je niet zo maar vrijlaten. Vragen die aan de orde komen: hoe
oud moet zo'n dier dan zijn? Niet te oud om te zeer aan mens en kooi gewend
te zijn geraakt, en niet te jong om zich zelfstandig te kunnen handhaven
in de natuur. Hoe zal de bevolking reageren op terugkeer van deze eens
zo gehate vogel? Wat zijn geschikte plekken om ze uit te zetten? Welk seizoen
komt daarvoor in aanmerking? En: over hoeveel dieren praten we, als we
het uiteindelijke doel, het stichten van een levensvatbare nieuwe populatie
baardgieren, willen bereiken?
Het onderzoek leidde
tot de ontwikkeling van een herintroductieproject. Dit project kent vier
fasen:
1. Het ontwikkelen
van een broedprogramma. Verschillende dierentuinen zijn hierbij ingeschakeld.
Men bestudeert ook de eet- en leefgewoonten van de baardgieren-in-gevangenschap.
2. Potentiële
leefgebieden zijn uitgezocht en bestudeerd. Vereisten hierbij waren: voldoende
ruimte, rust en voedsel. Het lag voor de hand hierbij te kijken naar natuurparken.
Men moest bovendien de mogelijkheid hebben om de dieren blijvend te observeren.
Verder moest het uiteraard gaan om gebieden waar de baardgier oorspronkelijk
voorkwam.
3. Vrijwilligers zijn
aangetrokken en de bevolking van de uitgezochte gebieden is uitvoerig geïnformeerd.
Er zijn tentoonstellingen ingericht en er is een publiciteitscampagne gestart.
4. Gedurende een aantal
jaren zullen de uitgezette dieren worden gevolgd. Het gehele project wordt
zorgvuldig gedocumenteerd en wetenschappelijk begeleid.
In 1986 werd het eerste,
zorgvuldig uitgekozen paar vrijgelaten nabij Rauris in Oostenrijk. Het
jaar daarop liet men baardgieren vrij in de Haute Savoie in Frankrijk,
weer later volgden Zwitserland (Engadin) en de parken Mercantour/Alpi Marittime
op de grens van Frankrijk en Italië. De vier uitgekozen gebieden bestrijken
het gehele Alpengebied. Bovendien is de mogelijkheid geschapen tot contact
van de nieuwe dieren met nog bestaande baardgierpopulaties in Zuid-Europa.
De vogels worden steeds
paarsgewijs vrijgelaten. Ze zijn dan tussen de 85 en 100 dagen oud, en
kunnen nog niet vliegen. Ze kunnen wel zelf eten. Op de rug van een medewerker
van het project worden ze naar een kunsthorst in het hooggebergte gebracht.
Daar worden ze neergepoot; de mens trekt zich vervolgens op een onzichtbare
plaats terug. De vogels worden nog een tijd "op afstand" gevoerd en ze
worden dag en nacht geobserveerd.
Als ze ongeveer 120
dagen oud zijn, kunnen ze vliegen.Vanaf dat moment moeten ze hun voedsel
zelf zoeken. Ze blijven nog een tijd in de buurt van de horst waar ze zijn
uitgezet, maar op een gegeven moment gaan ze zwerven. Precies zoals bij
hun "natuurlijke" soortgenoten het geval is zullen ze de horst sporadisch
blijven bezoeken.
Inmiddels zijn 68 vogels
uitgezet, en met succes. Vorig jaar werd zelfs het eerste geslaagde broedgeval
gemeld. Twee gieren zijn door onbekenden doodgeschoten, een aantal gieren
wordt vermist; er zijn ook enkele vogels tegen hoogspanningskabels gevlogen.
De overige gieren trekken het gehele Alpengebied door.
Het uitzetten van jonge
dieren is een traditie geworden, die ieder jaar weer veel aandacht trekt.
Het enthousiasme over het project is groot; niet in de laatste plaats omdat
iedereen die baardgieren signaleert en daar melding van maakt, een rol
speelt bij het onderzoek. Om de vogels van elkaar te onderscheiden, heeft
men bij elk van hen met behulp van waterstofperoxide enkele staart- of
vleugelveren gebleekt. De verschillende patronen zijn vanaf grote afstand
herkenbaar. Duizenden voorbedrukte briefkaarten zijn verspreid, waarop
mensen hun waarnemingen kunnen melden. Al deze kaarten komen terecht bij
een centrale databank. Aan de hand van de gemelde patronen kan worden vastgesteld
waar de gieren zich bevinden. Omdat de veren na een jaar of drie gewisseld
worden, zijn de gieren vanaf dat moment alleen nog maar aan de hand van
pootringen te onderscheiden.
Het project heeft noodgedwongen
een lange adem: omdat de baardgieren pas laat geslachtsrijp zijn en er
steeds maar een jong wordt uitgebroed, zal het lang duren voordat er een
zelfstandige, in de natuur geboren populatie ontstaat. De vooruitzichten
zijn echter gunstig. Ook dit jaar, begin juni, zullen er weer jonge baardgieren
worden uitgezet. |