| 'Zo
lang ik het kan doe ik het ook'
Voor veel mensen verloopt
het eerste contact met de NMGA via het secretariaat. Al vele jaren is dit
secretariaat in goede handen van mevrouw Folmer en voor de NMGA is ze dan
ook een zeer belangrijke kracht. Het werd daarom hoog tijd om eens met
mevrouw Folmer - van der Zanden te gaan praten over haar werk voor de NMGA.
Wie waren er nou eerder
actief bij de NMGA, mevrouw Folmer of haar kinderen? Deze vraag wordt in
het begin van het gesprek al meteen beantwoord: dat waren de kinderen.
Haar dochter Jetske was vele jaren secretaris en haar zoon Henk werd later
voorzitter van de NMGA, bewust niet in dezelfde periode. Dit was zo afgesproken
in het gezin Folmer en 'moeder moest er dan ook niet aan denken om in de
kerngroep te gaan zitten'. Doordat haar dochter toen nog thuis woonde en
het secretariaat van daaruit voerde raakte mevrouw Folmer al enigszins
bekend met het NMGA-werk.
Mevrouw Folmer voert
nu zelf aan huis het secretariaat. Doordat ze haar reguliere werk de laatste
jaren aan huis heeft is ze altijd goed bereikbaar. De periode van september
tot april is het drukst, vertelt ze. Scholieren vragen informatie voor
scripties aan en voor het skiseizoen bellen scholen om folders. Voor deze
geïnteresseerden stelt ze een pakket samen met de reader, de Alpijn
en diverse brochures. De reader, een bundel interessante artikelen, is
in 1995 door Janine Rechters (redactie Alpijn) en haar geheel vernieuwd.
Maar er is nog meer voorlichtingsmateriaal. Ze rent naar de garage waar
'een joekel van een kast staat waar alles in zit'. Ze komt terug met een
set dia's. Dit blijkt een onderwijspakket met dia's, een handleiding en
opdrachten te zijn voor docenten. Deze worden meestal gehuurd door docenten
aardrijkskunde. Zelf vind ze het erg jammer dat het nogal eens dezelfde
docenten zijn die het pakket aanvragen en er weinig nieuwe docenten bij
komen. Misschien dat hier verandering in komt nu het Cito heeft besloten
dat de Alpen een examenonderdeel in het MAVO-programma wordt. Hiervoor
heeft het Cito de NMGA om informatie gevraagd. De NMGA staat overigens
ingeschreven bij de milieutelefoon en bij de 06-8008 service-lijn, zodat
mensen kennis kunnen nemen van de stichting. De media willen ook nog wel
eens voor een interview bellen naar de NMGA. Mevrouw Folmer gaat na zo'n
media-telefoontje meteen aan het bellen om een geschikte persoon te vinden.
Onlangs is er nog een NMGA-er, Joop Spijker, bij RTL 5 op de televisie
geweest om het een en ander over de skisport en de milieuconsequenties
daarvan te vertellen. 'Hoeveel sneeuw ligt er nu?' en 'Weet u nog leuke
wandelingen?' zijn telefoontjes waar ze niks mee kan en dan antwoord ze
ook met 'nee, we zijn geen reisbureau'. Voor werkelijke milieuvragen heeft
ze een kaartenbak met adressen van allerlei alpenorganisaties, zodat ze
eventueel mensen door kan verwijzen. Naast de telefoontjes komt er ook
veel post binnen uit binnen- en buitenland. Het gaat daarbij niet alleen
om informatie-aanvragen, maar ook om toezendingen van actuele informatie
door collega-organisaties.
Het is een drukke, maar
leuke taak en ze is van plan er nog een tijd mee door te gaan. Ze vindt
het wel jammer dat de belangstelling voor het NMGA symposium afneemt. Ze
zou dan ook graag zien dat de donateurs wat meer betrokken zouden zijn
bij de NMGA.
Op het gedrag van mevrouw
Folmer naar en in de Alpen valt weinig aan te merken. Ze gaat altijd met
de trein en aldaar reist ze met de bus. Dit is een bewuste keuze; ander
gedrag is vaak een combinatie van milieubewustzijn en andere overwegingen.
Zo gaan haar man en zij naar kleine pensionnetjes waar de plaatselijke
bevolking iets aan heeft, maar ze houden ook niet zo van die drukke grote
hotels. Bloemen plukken doet ze ook nooit, dat is iets waar ze mee opgegroeid
is. Van kabelbanen maakt ze amper gebruik, want ze komt om te lopen. Vroeger
kwam ze vaker in de Alpen dan tegenwoordig. Na een familiebezoek aan Nieuw-Zeeland
en de rust aldaar in de bergen vond ze de Alpen druk en vol. Al wandelend
raakte ze erg onder de indruk van Groot-Brittannië en vandaar dat
ze in de vakantie nu vaak daar te vinden is.
Over het algemeen vindt
ze dat de Nederlander zich in de bergen zeker niet beter of slechter gedraagt
dan andere buitenlanders. Mede door de verschillende activiteiten van verenigingen
en de NMGA is het gedrag van de toeristen ten aanzien van het milieu beter
geworden. De huttenbazen en mensen van de plaatselijke VVV's in de Alpen
letten ook meer op milieu (on)vriendelijke activiteiten. Bij de VVV's in
de Alpen heeft ze zelf nog eens met de NMGA actie gevoerd, want 'Je bent
gast in een land en je behoort je daarnaar te gedragen'. |