|
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
Inhoudsopgave dit jaar VOORPAGINA'S VAN ALPIJN PER JAAR: Alpijn 2002 Alpijn 2001 Alpijn 2000 Alpijn 1999 Alpijn 1998 Alpijn 1997 Inhoudsopgave Alpijn on lijn algemeen |
|
Het sportklimmen op rotsen, zoals dat bijvoorbeeld veel in Belgie en Duitsland gedaan wordt, heeft voornamelijk een schadelijke invloed op de plantenwereld (flora) en het dierenrijk (fauna). Hieronder zullen eerst de effecten op de flora en daarna de effecten van het sportklimmen op de fauna worden besproken. Tot slot zullen nog enkele gedragscodes worden gegeven zodat de schade aan de natuur tot een minimum beperkt blijft. Effecten op de flora Een geschikte klimrots kan onderverdeeld worden in verschillende (soms kleine) leefgebieden voor planten en dieren (zie bijvoorbeeld onderstaande figuur). Het mag duidelijk zijn dat door het klimmen zelf een gedeelte van de planten en korstmossen van de rots wordt verwijderd, bijvoorbeeld om het risico op uitglijden te verkleinen. Ook de vegetatie in rotsspleten en scheuren worden vaak beschadigd omdat de spleten en scheuren over het algemeen goede grepen of treden zijn. Door dit alles verandert de aanblik van de rots en bovendien verandert het microklimaat waardoor de overige planten en mossen ook in de problemen kunnen komen. ![]() De vegetatie op de rotstoppen, plateauranden en onderaan de rots heeft het meestal het zwaarst te verduren omdat deze posities vaak als standplaats gebruikt worden (beschadigingen door veelvuldig betreden, schuren van touwen etc.). Daarnaast worden de mogelijk aanwezige bomen soms gebruikt voor het maken van zekeringspunten. Bij veelvuldige toepassing hiervan heeft de bast van de boom veel te lijden.
In veel klimgebieden zijn er geen parkeerplaatsen in de directe omgeving van de rotsen. Ondanks het verbod op wildparkeren proberen veel klimmers de auto toch zo dicht mogelijk bij de rotsen te parkeren. Dit leidt tot onnodige schade aan de vegetatie en tot irritatie bij andere recreanten (bijvoorbeeld wandelaars). Effecten van het sportklimmen op de fauna Er zijn vele diersoorten die in meer of mindere mate afhankelijk zijn van de rotsen. De belangrijkste diersoorten zijn vogels, die vooral in de broedperiode gevoelig zijn voor verstoring. De zeldzame oehoe’s en slechtvalken hebben bijvoorbeeld een storingsvrij gebied van 50-100 meter nodig. De aanwezigheid van deze of andere zeldzame vogels hebben in de broedperiode al enkele malen geleid tot een gedeeltelijke of gehele sluiting van een klimgebied. Andere dieren die gehinderd worden door sportklimmers zijn vleermuizen, muurhagedissen, landslakken en enkele soorten insecten. Bij deze soorten wordt vaak een sterke verslechtering in de voortplanting vastgesteld. Effecten van magnesium? Het gebruik van magnesium voorkomt zweethanden tijdens het klimmen maar het leidt tevens tot hoge concentraties aan de voet van de wand (onder andere door afspoeling van de rotsen). De concentratie magnesium op de bodem kan oplopen tot 23 keer de hoeveelheid die normaal bij het bemesten van bos wordt gebruikt. Het effect hiervan op de bodem, de flora en de fauna is echter onduidelijk. Oplossingen Om de natuur te sparen en daarmee het voorbestaan van sportklimmen (in met name de druk bezochte gebieden) te verzekeren kunnen de volgende maatregelen worden onderscheiden:
Ter bescherming van de natuur zijn de volgende gedragscodes opgesteld:
Tot slot Ga met respect om met de natuur en bedenk dat je meestal te gast bent in een ander land en gedraag je hier naar. Spreek (mede)klimmers er op aan als zij zich niet aan de gedragscodes houden. Het kan zijn dat zij niet op de hoogte zijn van de gedragscodes maar het kan ook zijn dat ze deze bewust niet naleven. Bedenk dat enkele het voor velen kunnen verpesten. Doe eens een keer mee aan herstelprojecten, op deze wijze kun je een bijdrage leveren aan het behoud van (sport)klimgebieden. Informatie is via de NMGA te verkrijgen. Via deze link kun je een MS Word-versie van dit artikel ophalen. In de Engelstalige versie van Netscape Navigator gaat dat via "Save link as...". |
| De Jenatsch-hut in het Bever-dal, Graubuenden, Zwitserland (foto Ellen Timmer, 1999) |
1. Bestuur
In de loop van 1999 zijn Paul van den Hoek en Marnix Viëtor gestopt met het bestuurswerk. Daarom is er actief gezocht naar nieuwe bestuursleden en dit heeft geleid tot de volgende bestuurssamenstelling aan het eind van 1999:
Het bestuur vergaderde in 1999 tien keer. 2. Secretariaat
3. Donateurs
4.1. Alpijn
4.2. Documentatie
4.3. Voorlichting
5.1. Symposium
5.2. Internet
5.3. Publiciteit rondom lawineongeluk in Galtür
6.1. NKBV (Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging)
6.2. NAP (Nederlands Alpen Platform)
6.3. CIPRA (Commission Internationale pour la Protection des Alpes)
6.4. UIAA, mountain protection commission (MPC)
Bestuur NMGA
Via deze link kun je een MS Word-versie van het jaarverslag ophalen. In de Engelstalige versie van Netscape Navigator gaat dat via "Save link as...". |
|
INHOUDSOPGAVE 2000
Sportklimmen en milieu - een artikel over de vraag of milieuvriendelijk sportklimmen wel mogelijk is.
KORTE BERICHTEN 2000
De artikelen uit 2000 zijn nog niet in de thematische inhoudsopgave opgenomen. |
|
|
Nederlandse MilieuGroep Alpen
|
|
DE NMGA
- voorpagina - signalement - contact |
INFORMATIE
- Alpijn on lijn - Kleine Alpenflora - links - vakantie |
overzicht NMGA site |
Deze internetsite wordt mogelijk gemaakt door diverse vrijwilligers.